Cijfers werk en mantelzorg

CIJFERS WERK EN MANTELZORG

Er hebben, in verschillende Europese landen, reeds heel wat onderzoeken rond mantelzorg plaatsgevonden. De definitie die wordt gehanteerd verschilt echter per onderzoek. Sommige onderzoeken hebben het enkel over mantelzorg, terwijl andere onderzoeken vrijwilligerswerk mee opnemen onder de overkoepelende noemer van ‘informele zorg’. Ook de leeftijdscategorieën verschillen. Sommige onderzoekers bevragen enkel mantelzorgers tussen 15 en 65 jaar, anderen tussen 18 en 85 jaar. Nog anderen leggen een beperking op inzake de persoon aan wie zorg wordt verleend: in het ENEPRI-rapport (Riedel & Kraus, 2011) bijvoorbeeld worden enkel cijfers weergegeven voor mantelzorgers (50+) van ouderen (65+).

Uit onderzoeken van de Studiedienst van de Vlaamse Regering blijkt dat 18% van de Vlamingen tussen 18 en 85 jaar regelmatig (wekelijks of dagelijks) mantelzorg verleent (Vanderleyden & Moons, 2010; Vanderleyden & Callens, 2012). Een schatting op basis van deze cijfers én recente bevolkingscijfers van de Vlaamse Regering leert dat het gaat om circa 885 000 Vlamingen die op regelmatige basis zorg verlenen (Dely & Debaere, 2013). Uit het eerste onderzoek komt bovendien naar voor dat maar liefst 53% van de Vlamingen iemand heeft verzorgd in de afgelopen twaalf maanden, dit los van frequentie en intensiteit (Vanderleyden & Moons, 2010). Uit de recentere studie blijkt dat 38% van de Vlamingen ouder dan 18 in het afgelopen jaar zorg heeft verleend of dit nog steeds doet  [1]. 23,4% verleent nog steeds zorg, 14,6% heeft het afgelopen jaar zorg verleend maar nu niet langer, onder andere omwille van overlijden (Vanderleyden & Callens, 2012).

Het aantal mantelzorgers dat actief is op de arbeidsmarkt verschilt van onderzoek tot onderzoek, dit opnieuw afhankelijk van de gehanteerde definitie. Dedry (2001) stelt vast dat één op drie mantelzorgers beroepsactief is. De Panelstudie van Belgische huishoudens geeft aan dat zelfs 54% van de mantelzorgers beroepsactief is; in een studie van Van Woensel (2006) gaat het om bijna 60% (in de leeftijdscategorie 15-64 jaar).  In die laatste studie maakt men gewag van een 100.000-tal mantelzorgers die (anno 2005) werk en zorg combineren. Allicht ligt dat cijfer nog een stuk hoger, gezien men in die studie slechts 4.3% Vlamingen (tussen 15 en 64) identificeert als mantelzorger (in tegenstelling tot de cijfers van de Studiedienst van de Vlaamse Regering).

Mantelzorgers hebben over het algemeen een lagere werkzaamheidsgraad dan niet-mantelzorgers. Bovendien zijn mantelzorgers uit de leeftijdscategorie 55-65 jaar opvallend minder actief op de arbeidsmarkt. De helft van de (geregistreerde) mantelzorgers tussen 25 en 64 jaar heeft geen betaald werk, 27% heeft een voltijdse baan, 17% werkt deeltijds. Van de niet-beroepsactieve mantelzorgers is 40% huisvrouw of -man, 12% is op prepensioen en 20% is gepensioneerd. Verder is 21 % werkloos en 7% arbeidsongeschikt. Mantelzorgers zijn vaker werkloos (6,9%) dan niet-mantelzorgers (5,1%) en werken vaker deeltijds (29,5% tegenover 22,1%). Personen die geen betaalde arbeid verrichten, verlenen relatief gezien vaker mantelzorg dan werkenden (5% tegenover 3,9%). Hoewel de werkenden als groep in relatieve termen minder vaak mantelzorg verlenen dan de niet-werkenden, tellen zij in absolute aantallen meer mantelzorgers in hun rangen dan de niet-werkenden (Van Woensel, 2006).


[1] “Helpt u momenteel of heeft u tijdens de afgelopen 12 maanden zieke, gehandicapte of oudere familieleden, kennissen of buren geholpen of verzorgd? Het gaat om de informele inzet, niet de zorg die wordt geboden in het kader van een beroep of in het kader van het georganiseerde vrijwilligerswerk.” (Vanderleyden & Callens, 2012)

[Terug]